BELTRIMS register: Het Belgisch register van MS-patiënten

De afgelopen jaren zagen verscheidene nieuwe behandelingen van multiple sclerose (MS) het licht. Deze behandelingen hebben elk een ander werkingsmechanisme, uiteenlopende bijwerkingen en vergen een strikt individueel toezicht. Over de efficiëntie en de bijwerkingen op middellange en lange termijn is echter nog weinig geweten. 

Charcot Stiching Het BELTRIMS-register (Belgian Treatments in Multiple Sclerosis),  samengesteld door de Belgische studiegroep voor multiple sclerose (BSGMS), heeft tot doel prospectief de opvolgingsgegevens van nieuwe MS-behandelingen te verzamelen. In april 2017 waren 1041 patiënten in het register ingevoerd door 72 bij de BSGMS aangesloten neurologen. De behandelingen die hoofdzakelijk werden ingevoerd, zijn in volgorde van aantal: Gilenya® (n=279), Aubagio® (n=266) en Tecfidera® (n=240).

Aubagio®
  • 79% van de patiënten begonnen met Aubagio® wegens bijwerkingen, contra-indicaties of intolerantie voor injecties.  27% vertoonden ook een toegenomen aantal laesies, aantoonbaar op hersenscans.
  • Uit de opvolgingsgegevens blijkt dat de follow-up van de behandeling bevredigend is in 92 tot 96% van de gevallen, tussen 6 en 24 maanden na met Aubagio® te zijn begonnen. Tijdens deze periode deed zich bij 6 tot 11% van de patiënten een opflakkering voor, en het percentage patiënten met een toegenomen invaliditeit ligt tussen 3 en 4,5%.
  • Het percentage spontane stopzetting van de behandeling ligt tussen 2 en 4,6%.  Bij ongeveer 30% was het aantal laesies toegenomen bij een MRI van de hersens, met actieve laesies in 21 tot 28,6% van de gevallen. In totaal werd de behandeling stopgezet in 7 tot 8,6% van de gevallen.
  • De gemelde bijwerkingen stemmen overeen met het gekende profiel van Aubagio®.
Tecfidera®
  • 53% van de patiënten begonnen met Tecfidera® wegens bjiwerkingen, contra-indicaties of intolerantie voor injecties. 29% van hen had een opflakkering gehad voordat ze met deze behandeling begonnen. 43% vertoonde ook een toegenomen aantal laesies, aantoonbaar op hersenscans.
  • De follow-up van de behandeling bleek ook hier bevredigend in 86 tot 91% van de gevallen, tussen 6 en 24 maanden na met Tecfidera® te zijn begonnen. Tijdens deze periode kenden tussen 5 en 7% van de patiënten een opflakkering. Het percentage patiënten met een toegenomen invaliditeit ligt tussen 0,7 en 2,5%.
  • Het percentage spontane stopzetting van de behandeling ligt tussen 1,6 en 3,6%. Bij 17 tot 22% van de patiënten was het aantal laesies toegenomen bij een MRI van de hersens, met actieve laesies in 9 tot 18% van de gevallen. In totaal hebben deze resultaten in 5,6 tot 7% van de gevallen geleid tot stopzetting van de behandeling.
  • De gemelde bijwerkingen stemmen overeen met het gekende profiel van Tecfidera®.
Gilenya®
  • Van de patiënten die een behandeling met Gilenya® startten, hadden 71% een opflakkering gehad onder de eerstelijnsbehandeling, 17% werden eerst behandeld met Tysabri® en voor 12% was dit de eerste behandeling. 47% vertoonden ook een toegenomen aantal laesies, aantoonbaar op hersenscans.
  • De follow-up was goed in 96 tot 99% van de gevallen, tussen 6 en 24 maanden na met Gilenya® te zijn begonnen. Tijdens deze periode kenden tussen 2 en 6% van de patiënten een opflakkering. Het percentage patiënten met een toegenomen invaliditeit ligt tussen 4 en 6%.
  • Het percentage spontane stopzetting van de behandeling is lager dan 1%.  Op 6 maanden was bij 25% van de patiënten het aantal laesies toegenomen bij een MRI van de hersens, maar dat aantal daalde tot 10-17% na 12 tot 24 maanden behandeling. Tijdens deze periode werden "actieve" laesies vastgesteld in 10 tot 23,5% van de gevallen. In totaal hebben deze resultaten in minder dan 2% van de gevallen geleid tot stopzetting van de behandeling.
  • De gemelde bijwerkingen stemmen overeen met het gekende profiel van Gilenya®.

 

Tot besluit, het BELTRIMS register is dankzij de steun van de Charcot Stichting een uniek nationaal initiatief, dat analyse van de efficiëntie en van de bijwerkingen van de nieuwe MS-behandelingen op middellange en lange termijn mogelijk maakt. Nog heel wat gegevens wachten op analyse en de BSGMS is van plan deze wetenschappelijk te benutten tijdens congressen of in publicaties. Door de invoering van unieke geneesmiddelenbewakingsgegevens vormt BELTRIMS een aanvulling bij de andere bestaande MS-registers, zoals EDMUS of MSBase. Een van de uitdagingen voor BELTRIMS zal erin bestaan de deelnemende neurologen aan te moedigen om de follow-upgegevens op langere termijn in het register te blijven invoeren.

Prof. Vincent van Pesch, Cliniques Universitaires Saint-Luc.

Consulteer de andere artikels